Afstelgegevens
Deze pagina wordt nog verder uitgebouwd.
De gegevens van deze pagina zijn afkomstig uit het werkplaatshandboek en de vraagbaak.
U springt snel naar het gekozen onderwerp door hieronder uw keus aan te klikken.

Ontsteking (kontaktpunten)
|
Alle Wagentypen |
|
|
Opening kontaktpunten
Kontacthoek
Sev-Marchal verdeler
Ducellier verdeler |
0,40 mm
59 0 +/- 2 0
57 0 +/- 2 0 |
Terug naar boven

Ontstekingsvervroeging (alle afstellingen bij 2000 rpm)
|
Wagentype of motortype |
Vervroeging in graden t.o.v. vaste merkteken |
Merkteken op stroomverdeler |
Bijzonderheden |
|
Ds / ID (tot sept 65) |
5 |
|
Bij ID, vacuum -vervroeger los |
|
DE (sept 65 tot sept 66) |
5 |
|
|
|
DX, DJ, DXF, DJF, (sept 65 tot sept 68) |
3 |
DX-05b |
Afstellen bij 3000 rpm ????????? |
|
DY, DL, DYF, DLF (sept 65 tot sept 68) |
2 |
DY-05 |
|
|
DV (sept 66 tot sept 68) |
1 0 30' |
No. 05b |
|
|
DX, DJ, DXF, DJF (okt 68 tot sept 72)
DP (vanaf sept 72) |
4
|
DX-05i
|
|
|
DY, DL, DYF, DLF, DV, DT (okt 68 tot mei 69) |
6
|
DV-05d
|
|
|
DY, DL, DYF, DLF (vanaf mei 69)
DV vanaf sept 72) |
8
|
DY-010A
|
|
|
DV ( vanaf mei 69 tot sept 72) |
6 |
DV 010A |
|
|
DX, DX-BW, DJ, DXF, DJF (vanaf sept 72) |
onbekend |
DV-010A
|
|
Terug naar boven

Klepspeling
(bij LPG mogen de waarden 0,05 mm groter worden genomen)
|
|
Id/ds 1956-1963 |
Id/ds 1963-1967 |
Id/ds 1967-1969 |
Injectiemotoren |
|
Inlaat
Uitlaat
Inlaat
Uitlaat |
Warm
Koud
0,20 mm
0,25 mm |
Nog geen gegevens van gevonden
|
Warm
0,20 mm
0,25 mm
Koud
0,15 mm
0,20 mm |
--
Koud
0.15 mm
0,15 mm |
Terug naar boven

Stationaire toerentallen
Typen mechanique
|
|
Id/ds 1967-1969 |
|
|
|
|
Solex 3 PIBC (90)
Solex 3 PIBC3 (93)
Weber 28/36 DDE2
Weber 28/36 DLE2
Weber 28/36 DDEA2
Weber 28/36 DLEA2
|
550 - 600 rpm
650 +/- 25 rpm
875 - 925 rpm
875 +/- 25 rpm
550 - 600 rpm
650 +/- 25 rpm |
|
|
|
Typen Hydrauliek
Naast het normale stationaire toerental dient ook het versneld stationaire toerental te worden afgesteld.
Voor sept 1968 875 tot 925 rpm (normaal toerental 550 tot 600 rpm )
Na sept 1968 859 tot 900 rpm (normaal toerental 625 tot 675 rpm )
Meer informatie bij het onderwerp: Basisafstellingen
Terug naar boven

Sporing
De sporing bedraagt 2 tot 4 mm toespoor. (gemeten op de velgranden.)
Terug naar boven

Initiële drukken
Voorraadbol
Typen: DV / DT / DP tot maart 1973 40 bar (+2 / -10)
vanaf maart 1973 60 bar (+2 / -10)
Overige typen 65 bar (+2 / -10)
Veerbollen
Berline Voor: 59 bar (+2 / -15) Achter: 26 bar (+2 / -10)
Break Voor: 59 bar (+2 / -15) Achter: 37 bar (+2 / -10)
Remaccu
Alle wagentypen behalve DV / DT / DP 40 bar (+2 / -10)
Basisafstellingen
Om een halfautomaat goed te laten functioneren zijn de volgende afstellingen in een vaste volgorde noodzakelijk.
1
Afstellen (controleren) van de vrije slag van de koppeling bij warme motor.
Laat de motor stationair draaien met het verlengstuk van de slinger in de daarvoor bestemde opening geplaatst.
Draai dan de stelbout van de vrije slag afstelling zover los, dat de slinger nog net met de hand kan worden
tegengehouden.
Draai de stelbout dan 2 slagen in.
2
Afstellen (normale) stationair toerental
Stel allereerst het "langzame" stationaire toerental af door de stelschroef van het versneld stationair toerental
voorzichtig geheel in te draaien. Verdraai dan de aanslagschroef van de secundaire gasklep zodanig, dat het
juiste toerental wordt bereikt. (550 - 600 rpm bij wagens voor sept. 68, 625 - 675 rpm bij wagens na sept 68)
Verdraai nu de mengselschroef totdat het hoogste toerental wordt bereikt en stel daarna de secundaire gasklep
nogmaals af tot het juiste toerental en zodat de motor regelmatig loopt. Stel het versneld toerental nog niet af en
laat de hiervoor bestemde stelschroef ingedraaid om de volgende afstelling te kunnen uitvoeren
3
Afstellen van het slipmoment
Gebruik hiervoor een goede toerenteller.
Start de motor en schakel de 1e versnelling in. Verhoog langzaam het toerental en controleer of de koppeling
bij het juiste toerental begint aan te grijpen. (700 - 750 rpm bij wagens voor sept 68 en 725 - 775 bij wagens
na sept 68)
Stel zonodig alsvolgt af.
Stop de motor, draai de borgmoer van de stelbout op de centrifugaalregelaar los. Draai deze bout wat in als
de koppeling te vroeg aangrijpt. Draai de bout wat uit als de koppeling te laat aangrijpt. Ga hiermee door
totdat de koppeling bij het juiste toerental aangrijpt.
4
Afstelling van het versneld stationair toerental
Draai de stelschroef zover los totdat het juiste toerental wordt behaald.
(bij wagens voor sept 68 875 - 925 rpm en bij wagens na sept 68 850 - 900 rpm)
5
Afstelling van de koppelingsregelateur
Links naast de carburateur zit een stelboutje met een nokje. Dit nokje kan verdraaid worden, Naar links als de
koppeling te snel (bruusk) aangrijpt. Naar rechts als de koppeling te traag aangrijpt. (dit heeft niets te maken met
het hierboven afgestelde aangrijpmoment, maar lijkt op het snel of langzaam oplaten komen van een
koppelingspedaal)
Is er te weinig stelmogelijkheid, dan kan het nokje van het boutje worden afgenomen en in een andere positie weer
worden geplaatst.
Terug naar boven
Ontluchten remmen
Voorremmen:
- Draai de ontluchtingsschroef op de hogedrukregelaar open en plaats de wagen in de laagste stand.
- Breng een ontluchtingsslang aan op de achterste nippel van de centrifugaalregelaar (voor de rechter voorrem)
- Breng een ontluchtingsslang aan op de koppelingsregelaar (voor de linker voorrem)
- Laat de uiteinden van beide slangen in het voorraadvat lopen.
- Houd de remknop ingedrukt (hulpje) en draai beide ontluchtingsnippels (waar de slangen aan zijn bevestigd) los.
- Plaats de bedieningshendel voor de wagenhoogte in de hoogste stand
- Start de motor met ingedrukte remknop
- Laat de vloeistof doorstromen totdat er geen luchtbellen in de slangen te zien zijn. Sluit dan de ontluchtingsnippel
- Laat de rem los en controleer de nippels op eventuele lekkage. En zet de motor af
Achterremmen
- Plaats de wagen op een hefbrug of boven een kuil. En zet de motor af
- Zet de wagen in de laagste stand en laat de wagen zakken. Zet daarna de handel voor de rijhoogte weer in de hoogste stand
- Zet op de ontluchtingsnippels bij de achternaaf een slangetje en laat deze hangen in een potje
- Laat een hulpje de remknop ingedrukt houden, start de motor en laat deze stationair draaien. Als er geen belletjes meer zichtbaar zijn, kunnen de nippels worden dichtgedraaid en de slangetjes verwijderd worden.
- Controleer de nippels op eventuele lekkage
Terug naar boven
Inbouwen
temperatuursensor
Als je met veel
moeite een originele temperatuurmeter voor het laatste type dashboard hebt
kunnen vinden en hebt kunnen inbouwen, en ook een temperatuursensor in de
waterpomp het geplaatst, is de teleurstelling groot als blijkt dat de meter nog
niet werkt. Er mist nog een draad van temperatuursensor naar de meter. Hieronder
het inbouwschema.
:Pagina
1 Pagina
2 Pagina
3 Pagina
4